Terug naar het overzicht Samenvatting
Samenvatting
Deze maand staat het thema ‘Milieu' in onze reeks centraal. Van april tot en met september belichten we elke maand een thema uit de regionale monitor Brede Welvaart van het CBS. We bespreken per thema de resultaten voor Zeeland, ijken deze aan Nederland en maken de koppeling met ons eigen onderzoek ‘Leven in Zeeland’.

#4 - Milieu in Zeeland

16 juli 2021
|

In de periode april tot en met september 2021 lichten wij iedere maand een thema uit van de regionale monitor brede welvaart van het CBS (zie hier onze inleiding over brede welvaart in Zeeland). Deze maand staat ‘Milieu’ in onze reeks centraal. We bespreken eerst de indicatoren van invloed op milieu voor Zeeland en ijken deze aan Nederland en andere regio’s. Vervolgens gaan we in op andere monitors en hun bevinding ten aanzien van dit thema. We sluiten de bijdrage af met een korte conclusie en maken een koppeling met ons onderzoek later dit jaar ‘Leven in Zeeland’.

Waarom het thema relevant is

Voor een goed en gezond leven zijn we afhankelijk van onze leefomgeving en het milieu. Enerzijds heeft een schoon leefmilieu effect op onze persoonlijke gezondheid, anderzijds draagt het bij aan een prettige leefomgeving waarin we ons thuis voelen. Bovendien hebben inwoners ook zelf invloed op het milieu door keuzes die ze maken. Het milieu is daarmee onderdeel van (brede) welvaart van inwoners. De natuur en milieu zijn ook opgenomen in de Sustainabable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. ‘Klimaatactie’, ‘Leven in het water’ en ‘leven op het land’  zijn al drie van de 17 ontwikkelingsdoelen uit de agenda voor duurzame ontwikkeling in de wereld (CBS, 2020).

Het model Brede Welvaart van het CBS hanteert zeven indicatoren voor het monitoren van de kwaliteit van milieu in de regio in het hier en nu. Te weten:
a)    Natuurgebied per inwoner
b)    Afstand tot openbaar groen
c)    Broeikasgasemissies per inwoner
d)    Emissies van fijnstof naar lucht
e)    Natuur- en bosgebieden
f)    Kwaliteit van zwemwater binnenwateren
g)    Kwaliteit van zwemwater kustwateren

Deze set aan indicatoren, met uitsluitend objectieve gegevens over de leefomgeving, geven een indicatie van de ‘kwaliteit van milieu’, maar is uiteraard niet allesomvattend. We lichten hieronder de indicatoren uit de regionale monitor brede welvaart van het CBS uit voor de provincie Zeeland. Hoe staat Zeeland ervoor? Welke ontwikkelingen zien we? Wat kunnen we hieruit leren?

Definities thema 'Milieu' in de Regionale Monitor Brede Welvaart
Bron: CBS Regionale Monitor Brede Welvaart (2021)
Natuurgebied per inwoner

In Zeeland is er meer hectare natuur per inwoner dan het Nederlands gemiddelde. Waar er in Zeeland per 1000 inwoners 37 hectare natuurgebied is, ligt dat aantal voor heel Nederland, met 30 hectare per 1000 inwoners, lager. Zeeland behoort daarmee tot de middenmoot van alle provincies. De meer landelijke provincies scoren beter en de provincies met grotere steden hebben minder natuurgebied per inwoner. De hoeveelheid natuur per inwoner is in Zeeland in de loop van de jaren wat gestegen; van 33 hectare in 2000 tot 37 hectare in 2015. Binnen Zeeland zien we dat in de gemeenten met steden de hoeveelheid natuurgebied aanzienlijk kleiner is dan in de landelijke gemeenten. In Vlissingen, Middelburg en Goes is er 3, 4 of 10 hectare natuur per 1000 inwoners beschikbaar. Terwijl in de gemeenten Schouwen-Duiveland en Hulst maar liefst 121 en 107 hectare groen per 1000 inwoners is.

Figuur 1: Natuurgebied per 1000 inwoners, per provincie (2015)
Afstand tot openbaar groen

De gemiddelde afstand tot openbaar groen (over de weg) is in Zeeland relatief groot; 600 meter in 2015. Voor andere Nederlanders is die afstand over het algemeen kleiner. Alleen in Friesland leggen inwoners gemiddeld een langere afstand (700 meter) af om te kunnen ontspannen in de natuur. Door de jaren heen is de gemiddelde afstand tot natuur in Zeeland afgenomen – in 2006 was dat nog 800 meter. Binnen Zeeland zien we dat per gemeente de afstand tot openbaar groen sterk verschilt. In Vlissingen, Middelburg, Schouwen-Duiveland en Hulst hebben inwoners gemiddeld op 500 meter openbaar groen voorhanden. In Borsele, Noord-Beveland en Reimerswaal is de afstand tot natuur het grootst – respectievelijk 800, 900 en 1100 meter. Het lijkt paradoxaal dat er in de steden relatief weinig natuur per inwoner is, terwijl de afstand tot openbaar groen juist relatief klein is. Dat hangt mogelijk samen met de definitie van ‘openbaar groen’ waarmee ook parken of plantsoenen worden bedoeld naast natuur- of bosgebieden. Het terrein kan zowel privaat als publiek toegankelijk zijn en heeft een omvang van minimaal één hectare. In de stedelijke gemeenten in Zeeland is de afstand tot deze groenvoorzieningen kleiner dan in de landelijke gemeenten. De CBS-indicator ‘afstand tot openbaar groen’ houdt overigens geen rekening met voorzieningen over de grens. In een regio als Zeeuws-Vlaanderen kan dit juist heel bepalend zijn voor de woonbeleving van inwoners.

Figuur 2: Afstand tot openbaar groen, per gemeente (2015)
Figuur afstand tot openbaar groen per gemeente in Zeeland (2015)
Bron: CBS Regionale Monitor Brede Welvaart (2021)
Natuur- en bosgebieden

Wat betreft het aandeel natuur- en bosgebieden van het totaal oppervlak in de provincie scoort Zeeland relatief, met 8%, laag ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 14,8%. Alleen Groningen heeft relatief minder natuurgebied (6,4%). Daar staat tegenover dat beide provincies, Groningen en Zeeland, een relatief groot aandeel van het totale oppervlak als agrarisch terrein gebruiken. De provincie Gelderland heeft, met 23,3% van het totale oppervlak, verreweg de meeste natuur. Ook in Drenthe en Noord-Brabant is het aandeel natuur relatief hoog. Het aandeel natuur- en bosgebied in Zeeland steeg licht de afgelopen jaren van 6,8% in 2000 naar 8% in 2015. Dat ging, procentueel gezien, vooral ten koste van agrarisch terrein. In Zeeland komen alleen Schouwen-Duiveland, Hulst en Veere in de buurt van het landelijk gemiddelde aandeel natuur- en bosgebied. Schouwen-Duiveland is met bijna 18% de koploper binnen de provincie. Met name de kleine gemeenten Borsele en Sluis hebben relatief weinig natuur- en bosgebied – beide minder dan 3% van het totale oppervlakte. 

Figuur 3: Natuur- en bosgebied aandeel van totaal oppervlakte, per gemeente (2015)
Figuur 3: Natuur- en bosgebied aandeel van totaal oppervlakte, per gemeente (2015)
Bron: CBS Regionale Monitor Brede Welvaart (2021)
Broeikasgasemissies per inwoner

De broeikasgasemissie per inwoner is in Zeeland met afstand het hoogst van Nederland. Hoewel in Zeeland sinds 2015 de uitstoot wat is afgenomen, is de uitstoot voor de jaren 2016 tot en met 2018 ongeveer gelijk gebleven – rond de 38 kg CO2 per inwoner. Het verschil met andere provincies is groot. Met uitzondering van Groningen, zien we voor de Nederlandse provincies een beduidend lagere waarde voor de broeikasgasemissie per inwoner. De oorsprong van de hoge uitstoot ligt met name in de gemeenten Borsele en Terneuzen. Dat zijn de gemeenten met de meest vervuilende industrie. De gemeenten Middelburg, Goes, Veere, Tholen, Schouwen-Duiveland, Hulst en Sluis blijven allen onder de 10 kg uitstoot CO2 per inwoner. Daarmee blijven die gemeenten ook onder het landelijk gemiddelde van 14,1 kg CO2 per inwoner.

Figuur 4: Broeikasgasemissies per inwoner, per provincie (2018)
Emissies van fijnstof naar lucht

Fijnstof in de lucht is schadelijk voor de gezondheid, met name de deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Het is onder andere afkomstig van het verkeer, veehouderijen en industrie. Voor de uitstoot van fijnstof naar de lucht behoort Zeeland als provincie tot de middenmoot met in totaal 1 159 600 kg per km2 in 2018. De Randstedelijke provincies Noord- en Zuid-Holland stoten, relatief ten opzichte van de oppervlakte, het meeste uit. Flevoland, Friesland en Drenthe kennen de laagste uitstoot aan fijnstof. Door de jaren heen is er landelijk en in Zeeland een duidelijke daling zichtbaar in de emissie van fijnstof. Binnen Zeeland gemeenten Terneuzen, Vlissingen en Reimerswaal relatief gezien de hoogste uitstoot van fijnstof. De fijnstofemissie naar lucht in Terneuzen is relatief één van de hoogste van de Nederlandse gemeenten. Noord-Beveland, Kapelle en Veere behoren op dit punt tot de schoonste gemeenten van de regio.

Figuur 5: Emissies van fijnstof naar lucht, per gemeente (2018)
Kaart Zeeland met fijnstof per gemeente
Bron: CBS Regionale Monitor Brede Welvaart (2021)
Kwaliteit van zwemwater binnenwateren

De kwaliteit van zwemwater in de binnenwateren wordt gemonitord door het Europees Milieuagentschap. Alle Europese wateren ontvangen elk jaar een score van 1 tot 4; waarbij 4 staat voor uitstekende kwaliteit. In Zeeland is de kwaliteit, evenals in de meeste andere Nederlandse provincies, ‘uitstekend’. In Friesland, Zuid-Holland en Noord-Holland is de kwaliteit van meren en rivieren om in te zwemmen ‘goed’. Door de jaren wisselt de Zeeuwse score van binnenwateren tussen ‘goed’ en ‘uitstekend’. Binnen Zeeland hebben enkel de gemeenten Goes, Hulst, Middelburg, Noord-Beveland, Schouwen-Duiveland, Terneuzen en Veere rivieren of een meer om in te zwemmen. Alle wateren beschikken over ‘uitstekende’ kwaliteit zwemwater in 2019.

Figuur 6: Kwaliteit van zwemwater binnenwateren, per provincie (2019)
Kwaliteit van zwemwater kustwateren

In Nederland hebben vijf van de twaalf provincies zwemwater langs de kust. Ook hier wordt de kwaliteit van het water gemonitord en gescoord van 1 tot 4. Voor wat betreft het kustwater behoort Zeeland, samen met Friesland en Noord-Holland tot de categorie ‘uitstekend’. Zuid-Holland beschikt over een goede kwaliteit zwemwater langs de kust en Groningen scoorde een ‘voldoende’ in 2019. De score is voor Zeeland door de jaren heen constant ‘uitstekend’ gebleven. Binnen Zeeland heeft enkel Middelburg geen directe toegang tot kustwater. Alle andere Zeeuwse gemeenten beschikken ook voor de kustlijn over ‘uitstekende’ kwaliteit zwemwater. 

Figuur 7: Kwaliteit van zwemwater kustwateren, per provincie (2019)
Andere monitors over milieu

De Regionale Monitor Brede Welvaart van CBS biedt inzicht in het milieu en de leefomgeving van Nederlanders. Andere indicatoren die interessant zijn met betrekking tot dit thema zijn opgenomen in bijvoorbeeld de Klimaatmonitor van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In deze monitor wordt bijvoorbeeld de uitstoot van CO2-equivalenten uitgesplitst naar verschillende sectoren in de industrie. Bovendien is er in het dashboard aandacht voor de toegang tot duurzame mobiliteit en energie; voorzieningen die een steeds groter thema hebben in de samenleving en uiteindelijk effect hebben op de brede welvaart van Nederlanders. De cijfers in de Klimaatmonitor zijn uitgesplitst naar provincies en gemeenten, en in veel gevallen zelfs naar wijkniveau. 

In de Klimaatmonitor wordt op gemeente- en provincieniveau de hernieuwbare energie per inwoner in beeld gebracht. De hernieuwbare energie per inwoner is in Zeeland 14 098 MJ (megajoule) in 2019. Daarmee staat Zeeland, na Flevoland, aan de top in Nederland. Gemiddeld is er in Nederland 4 239 MJ per inwoner. De andere provincies scoren beduidend lager op het gebied van duurzame energie. 
 

Figuur 8: Bekende hernieuwbare elektriciteit per inwoner, per provincie (2019)

Het rapport Monitor Duurzaam Nederland van CBS uit 2017 was een voorloper van de Monitor Brede Welvaart. In dit onderzoek was er, naast milieu-indicatoren, ook oog voor biodiversiteit en hernieuwbare energie. Vanuit het perspectief van brede welvaart kunnen ook dit interessante thema’s zijn.

Conclusie en reflectie

Zeeland presteert wisselend op het onderdeel ‘Milieu’ van de Regionale Monitor Brede Welvaart. Het aandeel natuurgebied van het totale oppervlakte van Zeeland is ten opzichte van de andere provincies klein. Gerekend per inwoner is de hoeveelheid natuur gemiddeld. Bovendien zijn de groenvoorzieningen minder goed te bereiken dan in andere provincies. Wat betreft de uitstoot van broeikasgassen staat Zeeland er slecht voor. Als provincie hebben we de hoogste uitstoot van het land. Wanneer we de gegevens over broeikasgasemissie per gemeente bekijken zien we dat er samenhang is met vervuilende industrie in Borsele en Terneuzen. Ook in de uitstoot van fijnstof heeft Zeeland nog een inhaalslag te maken, maar de daling volgt de Nederlandse trend. Een positiever beeld is zichtbaar in de scores van de kwaliteit van het zwemwater langs de kust en in rivieren en meren. Voor deze indicatoren behoort Zeeland tot de top van het land. De Klimaatmonitor laat voor Zeeland een positief beeld zien voor wat betreft de hoeveelheid hernieuwbare energie per inwoner, daarmee behoort de provincie ook tot de top van het land. 

Zeeuwse verdieping

De hier besproken monitors geven een overzichtelijk, maar algemeen beeld van de kwaliteit van milieu in Zeeland. Een Zeeuwse verdieping is echter wenselijk. Als we een genuanceerd beeld willen vormen van hoe het gaat met het milieu in Zeeland is een set van zeven indicatoren, zoals bij het CBS het geval is, onvoldoende. Een perspectief dat ontbreekt is de mening en houding van inwoners ten aanzien van het milieu, hun leefomgeving en verduurzaming. In hoeverre maken zij zich zorgen om het milieu of klimaat?  En zijn hierbij verschillen tussen groepen inwoners, zoals jongeren en ouderen of hoog- en laagopgeleiden? Hebben inwoners de middelen (informatie, budget) om hun woning te verduurzamen? En nog belangrijker; willen ze hun woning verduurzamen? Voorts is een betere maat voor de afstandsstatistieken wenselijk. Groenvoorzieningen over de grens worden door het CBS niet meegenomen. Dit maakt dat de afstand tot het groen in Zeeuws-Vlaanderen mogelijk groter is dan werkelijk het geval is wanneer het groen over de grens wordt meegenomen. Over deze en andere aspecten willen wij de verdieping zoeken binnen ons bevolkingsonderzoek ‘Leven in Zeeland’, waarvan de resultaten vanaf eind dit jaar worden verwacht.

Samenvatting milieu in Zeeland
Samenvatting milieu in Zeeland